ECLI:NL:RVS:2017:402
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid staatssecretaris tot handhaving compensatie luchtvaartpassagier niet aangenomen
De zaak betreft een verzoek van een passagier om handhavend op te treden tegen United Airlines wegens het niet betalen van compensatie volgens Verordening (EG) nr. 261/2004. De staatssecretaris wees dit verzoek af met het argument van buitengewone omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris verplicht was handhavend op te treden, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling bevestigt eerdere uitspraken dat de staatssecretaris niet bevoegd is om in individuele gevallen handhavend op te treden om compensatie af te dwingen. Het recht op compensatie is civielrechtelijk van aard en moet via de burgerlijke rechter worden afgedwongen. De Afdeling gaat uitgebreid in op argumenten van de passagier, waaronder interpretatie van Europese regelgeving en wetsgeschiedenis, en wijst deze af.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat de staatssecretaris terecht het verzoek afwees. Verzoeken om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit en overschrijding redelijke termijn worden afgewezen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De staatssecretaris is niet bevoegd om in individuele gevallen handhavend op te treden om compensatie af te dwingen; het beroep van de passagier wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.