ECLI:NL:RVS:2017:662
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening zorgtoeslag 2013 ondanks afkoopsommen pensioenaanspraken
Appellant ontving in 2013 een voorschot zorgtoeslag en na vaststelling door de Belastingdienst/Toeslagen werd de zorgtoeslag herzien en teruggevorderd wegens een hoger vastgesteld verzamelinkomen, mede door afkoopsommen van pensioenaanspraken.
Appellant betoogde dat deze afkoopsommen buiten beschouwing hadden moeten blijven bij de draagkrachtbepaling, verwijzend naar jurisprudentie en het EVRM. De rechtbank en de Afdeling oordeelden dat de Belastingdienst/Toeslagen het door de belastinginspecteur vastgestelde verzamelinkomen moet volgen en dat de regelgeving geen ruimte biedt om afkoopsommen buiten beschouwing te laten.
Verder stelde appellant dat de procedure niet voldeed aan artikel 6 EVRM Pro en dat de herziening een onrechtmatige inbreuk op zijn eigendomsrecht vormde. De Afdeling verwierp deze bezwaren, benadrukte het recht op een andere rechtsgang voor de inkomstenbelasting en stelde dat de inmenging gerechtvaardigd en evenredig was.
Het verzoek om samenvoeging van procedures en om een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werden eveneens afgewezen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de zorgtoeslag 2013 wordt bevestigd.