ECLI:NL:RVS:2018:1301
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale tewerkstelling en niet-medewerking aan identiteitsvaststelling
De minister legde [appellant] een boete van €12.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15a van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning en het niet meewerken aan het vaststellen van de identiteit van twee mannen die in het restaurant werkzaam waren.
Tijdens een controle in november 2014 zagen arbeidsinspecteurs twee mannen in de keuken, waarvan één aan het wokken was. [Appellant] verwees naar zijn zoon voor communicatie. Later bleek uit administratie en verklaring van de vreemdeling dat er loonbetalingen waren verricht na het verlopen van de vergunning. De rechtbank oordeelde dat dit loon was en geen lening, en dat [appellant] de Wav had overtreden.
[Appellant] voerde aan dat het zwijgrecht prevaleerde boven de medewerkingsplicht en dat de boete disproportioneel was. De Raad van State stelde vast dat het zwijgrecht niet ziet op wilsonafhankelijke feiten zoals identiteit en dat de boete proportioneel is gegeven de ernst van de overtreding. Ook werd de redelijke termijn niet overschreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 wegens illegale tewerkstelling en niet-medewerking aan identiteitsvaststelling.