ECLI:NL:RVS:2018:2044
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor overtreding registratieplicht Arbeidstijdenwet
Bij besluit van 5 januari 2016 legde de minister aan [appellante] een bestuurlijke boete van €83.600 op wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw). Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €41.000. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep volgde bij de Raad van State.
De overtreding betrof het niet voeren van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden, doordat negentien keer zonder bestuurderskaart werd gereden in de periode van 2 tot 29 juni 2014. [Appellante] stelde dat uit andere bedrijfsadministratie het rijgedrag kon worden afgeleid en dat de boete onevenredig hoog was, mede vanwege de variërende duur van de overtredingen.
De Raad van State oordeelde dat de bestuurderskaart het enige betrouwbare controlemiddel is en dat zonder deze kaart geen adequaat toezicht mogelijk is. De minister mocht de overtredingen terecht onder artikel 4:3 Atw Pro brengen. De boete was passend en in overeenstemming met de beleidsregel, waarbij het structurele karakter van de negentien overtredingen in vier weken zwaar woog. Het beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De boete van €41.000 wegens negentien keer niet deugdelijk registreren arbeids- en rusttijden wordt bevestigd.