ECLI:NL:RVS:2018:2064
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onduidelijkheid zelfstandige status vreemdeling
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [appellante] een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtte. De rechtbank matigde de boete tot €8.000 en verklaarde het beroep van [appellante] gegrond.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en niet onder haar gezag stond, waardoor de boete onterecht was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling niet als zelfstandige werkte. Controle door [bedrijf 1] was slechts kwaliteitscontrole en geen aanwijzing voor een gezagsverhouding.
Daarom werd het boetebesluit vernietigd en het hoger beroep van de minister niet-ontvankelijk verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan [appellante].
Uitkomst: Het boetebesluit tegen [appellante] wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat de vreemdeling niet als zelfstandige werkte.