ECLI:NL:RBAMS:2018:5181
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdeling zonder vergunning bevestigd
Eiseres kreeg een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat een vreemdeling werkzaamheden verrichtte zonder tewerkstellingsvergunning. Eiseres stelde dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en daarom geen vergunning nodig had. De rechtbank oordeelde echter dat de vreemdeling niet zelfstandig, maar onder gezagsverhouding en zonder eigen verantwoordelijkheid werkte, mede omdat hij werd vervoerd met andere uitzendkrachten, werkkleding droeg, opdrachten ter plekke kreeg en gecontroleerd werd.
De rechtbank nam het boeterapport, opgemaakt op ambtseed, als voldoende bewijs en verwierp het verweer van eiseres dat de vreemdeling zelfstandig was, ondanks administratieve documenten zoals inschrijving Kamer van Koophandel en VAR-verklaring. Ook nieuwe stukken en verklaringen van de vreemdeling veranderden dit oordeel niet. De rechtbank kon niet beoordelen of de boete onevenredig was omdat eiseres geen draagkrachtvragenlijst had ingediend. De doorbelasting van boetes door opdrachtgevers aan eiseres was geen reden tot matiging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de boete van €8.000,-. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter A.K. Mireku op 20 juli 2018.
Uitkomst: De boete van €8.000,- wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning wordt bevestigd.