ECLI:NL:RVS:2019:490
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over kinderopvangtoeslag uren partnerwerkzaamheden vrijwilligersstichting
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de kinderopvangtoeslag voor de jaren 2015, 2016 en 2017 voor [wederpartij] op nihil vast. De rechtbank oordeelde dat de uren die de partner van [wederpartij] bij een vrijwilligersstichting had gewerkt, wel mee moesten tellen voor de toeslag omdat deze werkzaamheden gericht waren op arbeidsinschakeling en maatschappelijk belang hadden.
De Belastingdienst ging in hoger beroep en stelde dat de wet een limitatieve opsomming geeft van welke uren meetellen, en dat vrijwilligerswerk niet onder deze uren valt. De Raad van State volgde dit standpunt en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de vrijwilligersuren had meegerekend.
Voor de jaren 2015 en 2016 was het onbetwist dat de partner geen inkomen uit de werkzaamheden had en dat het vrijwilligerswerk niet voldeed aan de wettelijke eisen. Voor 2017 ontbrak de juiste informatie over loon, maar de Belastingdienst handelde correct binnen het bevoorschottingssysteem. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen de besluiten van de Belastingdienst ongegrond.