Uitspraak
Datum uitspraak: 13 oktober 2021
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan [appellant] een last onder bestuursdwang op en een bestuurlijke boete van €20.500 wegens overtreding van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014. [Appellant] exploiteerde een bed & breakfast in een woning die zij huurde en stond ingeschreven op het adres. De gemeente voerde een onderzoek uit naar woonfraude, waarbij werd vastgesteld dat de woning deels als logiesgebouw werd gebruikt zonder vergunning.
De rechtbank verklaarde de beroepen van [appellant] ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling dat er twijfel bestond over het hoofdverblijf van [appellant] in de woning en dat het college niet voldoende had aangetoond dat zij niet aan de voorwaarden voor een bed & breakfast voldeed. Wel werd vastgesteld dat de bestemming tot bewoning niet overheersend bleef en dat meer dan vier personen werden ondergebracht, waardoor het college bevoegd was de boete op te leggen.
De Afdeling matigde de boete met 50% vanwege de geringe financiële draagkracht van [appellant]. Tevens bevestigde de Afdeling de last onder bestuursdwang, omdat de woning niet voldeed aan brandveiligheidsvoorschriften en het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het boetebesluit deels vernietigd en de boete vastgesteld op €10.250.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €10.250 en de last onder bestuursdwang wordt bevestigd.