ECLI:NL:RVS:2021:2278
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onrechtmatige exploitatie bed & breakfast zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde [appellante] een bestuurlijke boete van €20.500,- op wegens overtreding van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet, omdat zij een woning zonder vergunning onttrok aan de bestemming tot bewoning door exploitatie als bed & breakfast.
De woning bestond uit twee etages die met een trap verbonden zijn. De huurder exploiteerde er een bed & breakfast en stond ingeschreven op het adres. Gemeentelijke toezichthouders constateerden tijdens een controle dat de woning werd gebruikt voor toeristische verhuur, waarbij niet aan alle voorwaarden voor vergunningvrij gebruik werd voldaan, zoals het hoofdverblijf van de huurder en de overheersende bestemming tot bewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de huurder niet haar hoofdverblijf in de woning had, maar dat de bestemming tot bewoning niet overheersend bleef. Ook is vastgesteld dat [appellante] onvoldoende toezicht hield en daardoor verantwoordelijk is voor de overtreding. Matiging van de boete wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €20.500,- wordt bevestigd wegens onrechtmatige exploitatie van een bed & breakfast zonder vergunning.