ECLI:NL:RVS:2018:2857
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting horeca-inrichting wegens drugshandel in Den Haag
De burgemeester van Den Haag legde op 1 juni 2016 een last onder bestuursdwang op om het koffiehuis voor drie maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden cocaïne en hasj. Dit volgde op een politieactie waarbij een persoon met 85 bolletjes cocaïne werd aangehouden en bij bezoekers drugs werden gevonden.
De exploitant betwistte de bevoegdheid van de burgemeester en stelde dat de aangetroffen drugs niet voor verkoop bestemd waren, dat de rapportage vooringenomen was en dat de burgemeester onvoldoende rekening hield met persoonlijke omstandigheden en het beleid. Ook werd aangevoerd dat de burgemeester onrechtmatig zou hebben gehandeld door af te wijken van het eigen handhavingsbeleid.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat meer dan 0,5 gram harddrugs en 5 gram softdrugs waren aangetroffen en er geen aannemelijk bewijs was dat de drugs niet bestemd waren voor handel. De burgemeester had terecht de belangen afgewogen en de sluiting als noodzakelijk beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van het koffiehuis voor drie maanden wegens handelshoeveelheden drugs.