ECLI:NL:RVS:2008:BD9408
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebberschap advocaat bij aanvraag toevoeging rechtsbijstand
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden over de niet-ontvankelijkheid van zijn bezwaren tegen besluiten van de raad voor rechtsbijstand. De advocaat had namens zijn cliënt aanvragen ingediend voor toevoeging van rechtsbijstand, welke door de raad waren afgewezen. De rechtbank verklaarde de bezwaren van de advocaat tegen deze besluiten niet-ontvankelijk omdat hij niet als belanghebbende werd gezien.
De advocaat stelde dat hij als aanvrager van de toevoeging belanghebbende is, omdat hij civiel- en tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor betaling van griffierechten en vergoedingen, en dat dit belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is. De Raad van State overweegt echter dat het belang waarvoor een toevoeging wordt verleend in beginsel alleen dat van de cliënt betreft, niet dat van de advocaat. Het indirecte belang van de advocaat is onvoldoende om hem als belanghebbende aan te merken, zeker omdat geen sprake is van tegengestelde belangen tussen cliënt en advocaat.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De advocaat kan tegen het besluit tot afwijzing van de toevoeging geen bezwaar maken als belanghebbende.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; advocaat is geen belanghebbende bij aanvraag toevoeging rechtsbijstand.