ECLI:NL:RVS:2018:3946
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat schriftelijke waarschuwing geen besluit is en geen rechtsbescherming biedt
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de rechtbankuitspraak die oordeelde dat een schriftelijke waarschuwing op grond van de Circulaire wapens en munitie geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het weigeren van intrekking van die waarschuwing eveneens geen besluit is. Appellant exploiteert een bedrijf dat geweerkolven vervaardigt en kreeg na een controle een schriftelijke waarschuwing wegens onvoldoende beveiliging.
Appellant verzocht om intrekking van de waarschuwing, wat door de korpschef werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit. In hoger beroep betoogde appellant dat de waarschuwing wel rechtsgevolgen heeft en daarom als besluit moet worden aangemerkt, zodat rechtsbescherming mogelijk moet zijn. Tevens stelde appellant dat het ontbreken van rechtsbescherming in strijd is met het EVRM.
De Afdeling overwoog dat de waarschuwing is gebaseerd op een beleidsregel (de Circulaire) en niet op een wettelijke regeling, waardoor deze geen besluit is. Ook het weigeren van intrekking is geen besluit. De Afdeling bevestigde dat de waarschuwing geen rechtsgevolg heeft in de zin van de Awb en dat rechtsbescherming via een procedure tegen een eventueel opvolgend sanctiebesluit mogelijk is. Het betoog van appellant faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees op de mogelijkheid om in een procedure tegen een sanctiebesluit de inhoud en onderbouwing van de waarschuwing aan de orde te stellen. Ook werd overwogen dat er geen sprake is van een onevenredig bezwarende of afwezige alternatieve route voor rechtsbescherming, zodat geen strijd met het EVRM bestaat.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de schriftelijke waarschuwing geen besluit is en dat het weigeren van intrekking daarvan geen besluit oplevert, waardoor geen bezwaar- of beroepsmogelijkheden bestaan.