ECLI:NL:RVS:2018:3988
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
De zaak betreft een geschil over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen om appellant sub 2 als gemachtigde van een persoon te erkennen in het kader van een Wob-verzoek. Het verzoek betrof openbaarmaking van documenten over IT-voorzieningen van de gemeente. Het college had appellant sub 2 geweigerd als gemachtigde vanwege vermoedens van misbruik van recht, onderbouwd met eerdere uitspraken en het patroon van het indienen van omvangrijke en identieke Wob-verzoeken bij meerdere gemeenten.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant had het bezwaar van appellant sub 2 gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd. Het college stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State, die de zaak op 20 november 2018 behandelde. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college op voldoende wijze aannemelijk had gemaakt dat appellant sub 2 betrokken was bij een project waarbij Wob-verzoeken werden ingezet met het oogmerk dwangsommen en proceskosten te verkrijgen.
De Afdeling bevestigde dat misbruik van recht ernstige bezwaren oplevert op grond waarvan een gemachtigde geweigerd mag worden. Gezien het herhaaldelijke karakter van het misbruik was het besluit van het college tot weigering van appellant sub 2 als gemachtigde terecht. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover aangevallen. Het beroep tegen het besluit van 4 oktober 2016 werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.