ECLI:NL:RVS:2018:4174
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving tegen strijdig gebruik perceel en chaletverwijdering in Gendt
Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard weigerde handhavend op te treden tegen bedrijfsactiviteiten op een perceel te Gendt, waarna bezwaar en beroep werden ingesteld door de betrokken partijen. De rechtbank vernietigde het handhavingsbesluit voor zover het betrekking had op het chalet vanwege een motiveringsgebrek, maar liet de overige handhavingsmaatregelen in stand.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep van de exploitant van het verhuurbedrijf en het beroep van een buurvrouw tegen het niet tijdig nemen van een besluit en tegen het handhavingsbesluit van 19 december 2017. De exploitant stelde onder meer dat sprake was van een gerechtvaardigd vertrouwen op legalisatie en dat handhaving onevenredig was. De Afdeling oordeelde dat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan die rechtens te honoreren verwachtingen konden scheppen en dat er geen concreet zicht op legalisatie bestond. Ook was handhaving niet onevenredig, ondanks de financiële belangen van de exploitant.
Daarnaast werd geoordeeld dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen het zonder vergunning gebouwde chalet, dat de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken de toegestane 150 m2 overschreed. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. De Afdeling verklaarde alle beroepen ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak benadrukt het belang van handhaving bij strijdig gebruik, de strikte eisen voor het vertrouwensbeginsel en het uitgangspunt dat besluiten worden genomen op basis van de feitelijke situatie op het moment van besluitvorming. Financiële belangen van de overtreder wegen niet op tegen het algemeen belang bij handhaving.
Uitkomst: De beroepen van appellanten tegen het handhavingsbesluit en het niet tijdig nemen van een besluit worden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.