ECLI:NL:RVS:2018:569
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onrechtmatig besluit CBR rijbewijsongeldigheid en alcoholslotprogramma
Het geschil betreft het verzoek van appellant om vergoeding van materiële en immateriële schade als gevolg van een onrechtmatig besluit van het CBR van 25 juni 2013, waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard en hij verplicht werd deel te nemen aan een alcoholslotprogramma.
Appellant stelde aanzienlijke inkomensschade en extra kosten te hebben geleden door afhankelijkheid van het openbaar vervoer en het niet kunnen aangaan van zakelijke samenwerkingen. Het CBR wees het verzoek af wegens onvoldoende objectieve en verifieerbare onderbouwing en omdat de schade niet rechtstreeks aan het besluit kon worden toegerekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit in hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade het gevolg was van het besluit en dat de gestelde immateriële schade niet voldeed aan de criteria voor vergoeding.
Ook het betoog over inkomensderving door voorbereiding van procedures werd verworpen wegens gebrek aan bewijs. De Afdeling concludeerde dat het verzoek om schadevergoeding terecht was afgewezen en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding door het CBR wordt afgewezen.