ECLI:NL:RVS:2020:1989
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorkeursrecht gemeente Nunspeet op gronden voor woningbouw
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet heeft op 3 juli 2018 voorlopige aanwijzing gegeven aan bepaalde kadastrale locaties als gronden waarop een voorkeursrecht geldt. Dit voorkeursrecht geeft de gemeente voorrang bij verkoop van deze gronden, met het oog op een nieuwe uitleglocatie voor woningbouw vanwege de verwachte woningbehoefte tot 2030.
Appellant, eigenaar van de gronden, maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat er geen rechtvaardiging was voor de grootschalige woningontwikkeling, verwijzend naar een rapport van Atrivé. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de raad voldoende heeft toegelicht dat er een woningbehoefte is in Nunspeet, onderbouwd met recente cijfers en dat het voorkeursrecht past binnen het doel van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Het rapport van Atrivé is niet ingetrokken en de structuurvisie is niet stopgezet, maar wordt juist verder ontwikkeld met betrokkenheid van belanghebbenden.
Verder is vastgesteld dat de raad het voorkeursrecht niet heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld en dat de belangen van appellant zijn meegewogen, zoals het uitsluiten van het perceel met zijn woning. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorkeursrecht van de gemeente Nunspeet wordt bevestigd.