Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2017
[eiser] ,
thans de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, kreeg in 2001 een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, die in 2016 werd ingetrokken vanwege een veroordeling tot 5,5 jaar gevangenisstraf voor ernstige delicten gepleegd in 2012. Verweerder legde tevens een inreisverbod van tien jaar op omdat eiser een gevaar voor de openbare orde zou vormen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft geoordeeld dat eiser een actuele bedreiging vormt. De reclassering rapporteert dat het recidiverisico inmiddels nihil is en dat er geen sprake is van alcoholmisbruik sinds 2015. Het feit dat de proeftijd nog loopt en het delict relatief recent is, is onvoldoende om een actuele bedreiging aan te nemen.
Verder is vastgesteld dat de ingetrokken vergunning een zuiver nationaalrechtelijke verblijfsvergunning betreft en niet onder het Unierecht valt. Verweerder had echter bij de intrekking moeten toetsen of eiser destijds aanspraak had op vluchtelingschap of subsidiaire bescherming, wat een strenger criterium voor intrekking vereist.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten. Het inreisverbod wordt eveneens vernietigd omdat dit gebaseerd was op de onjuiste beoordeling van de actuele bedreiging.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd.