ECLI:NL:RVS:2019:2480
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af omdat deze niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie maanden was ingediend. De vreemdeling, echtgenote van een asielvergunninghouder, maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, dat op 7 november 2018 antwoord gaf. Op basis hiervan oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris niet in strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn handelt wanneer hij een te late aanvraag afwijst zonder inhoudelijke beoordeling, mits de vreemdeling volledig is geïnformeerd over de gevolgen en mogelijke vervolgstappen.
In deze zaak bleek dat de staatssecretaris bij de afwijzing en het besluit op bezwaar niet had geïnformeerd over de mogelijkheid om alsnog een mvv aan te vragen op grond van een verblijfsvergunning regulier. Dit werd door de Afdeling als een gebrek beschouwd, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris werden vernietigd.
De Afdeling bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat de vreemdeling inmiddels op de hoogte is van de vervolgmogelijkheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd, en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard met inachtneming van de rechtsgevolgen.