ECLI:NL:RVS:2018:99
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling wegens grove schuld bij kinderopvangtoeslag
Appellant verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om een persoonlijke betalingsregeling voor de terugbetaling van circa €13.000 aan teveel ontvangen kinderopvangtoeslag over 2013. Dit verzoek werd afgewezen omdat de terugvordering het gevolg was van grove schuld, aangezien appellant niet reageerde op herhaalde verzoeken om benodigde informatie.
Appellant stelde dat zij niet verwijtbaar had gehandeld en dat haar gemachtigde de stukken had verstrekt, maar niet had doorgezonden. De Afdeling oordeelde dat het niet verstrekken van gegevens voldoende is voor het aannemen van grove schuld en dat het inschakelen van een gemachtigde appellant niet ontslaat van haar verantwoordelijkheid.
Verder betoogde appellant dat zij niet in staat was het maandelijkse bedrag van €746 te voldoen, maar de Afdeling stelde dat bij grove schuld geen persoonlijke betalingsregeling op basis van draagkracht mogelijk is. Wel kan rekening worden gehouden met de beslagvrije voet in het invorderingstraject.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling bevestigd wegens grove schuld.