ECLI:NL:RVS:2019:2926
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door niet-zelfstandige arbeid
De minister legde op 17 januari 2017 een boete van €8.000 op aan appellante wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De vreemdeling met Indiase nationaliteit verrichtte werkzaamheden bij meerdere ondernemingen zonder tewerkstellingsvergunning. De kern van het geschil was of de vreemdeling als zelfstandige werkte.
Appellante stelde dat de vreemdeling wel als zelfstandige werkte, onder meer omdat hij zelf zijn werk mocht indelen, een VAR, BTW-nummer en inschrijving in het handelsregister had, en een hoger uurtarief ontving. De rechtbank oordeelde echter dat sprake was van een gezagsverhouding, omdat de vreemdeling geen investeringen deed, geen eigen materiaal had en instructies kreeg van de inleners.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De verklaring van de vreemdeling was zorgvuldig tot stand gekomen en de stukken van appellante boden onvoldoende bewijs voor zelfstandigheid. Het beroep op toekomstige wetswijzigingen en onzekerheid over zelfstandigenstatus faalde eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens het laten verrichten van niet-zelfstandige arbeid door een vreemdeling wordt bevestigd.