ECLI:NL:RVS:2019:2931
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij vloerwerkzaamheden
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante] een boete op van in totaal €92.250,00 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar werd de boete verminderd tot €85.500,00. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of sprake was van grensoverschrijdende dienstverrichting, waardoor de Wav niet van toepassing zou zijn. De Raad oordeelde dat de vreemdelingen niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf [bedrijf A], maar als zelfstandige ondernemers stonden geregistreerd en feitelijk werden aangestuurd door een ander bedrijf, waardoor de Wav wel van toepassing was.
Verder stelde de Raad vast dat de boete niet gematigd kon worden wegens verwijtbaarheid, omdat [appellante] onvoldoende onderzoek had gedaan naar de toepasselijkheid van de uitzondering voor grensoverschrijdende dienstverrichting. Wel was de redelijke termijn voor de procedure overschreden, waardoor de boete met €2.500,00 werd verminderd tot €83.000,00.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard, en de boete definitief vastgesteld op €83.000,00. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €83.000,00 met vergoeding van proceskosten aan appellant.