ECLI:NL:RVS:2019:2936
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen met matiging boete
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellante een boete van €40.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vijf Roemeense vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Appellante voerde aan dat er sprake was van zuivere grensoverschrijdende dienstverrichting, waardoor de Wav niet van toepassing zou zijn, en dat de boete gematigd moest worden vanwege het ontbreken van verwijtbaarheid en de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wees het beroep af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat de vreemdelingen niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf en dat de vloerwerkzaamheden buiten het kader van de Detacheringsrichtlijn vielen, zodat de Wav van toepassing is. De boete is terecht opgelegd, maar de Afdeling vermindert deze met 5% wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vijf maanden. De boete wordt vastgesteld op €38.000.
Verder wijst de Afdeling het betoog van appellante af dat zij geen verwijt treft, omdat zij voldoende had gedaan om de vergunningplicht te controleren. Ook het argument dat de boete niet in verhouding staat tot die van andere partijen wordt verworpen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Boete wegens overtreding Wav vernietigd en matigend vastgesteld op €38.000 wegens overschrijding redelijke termijn.