ECLI:NL:RVS:2019:2959
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen verblijfsvergunning asiel na hoger beroep Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 12 december 2018 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 januari 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft overwogen dat de situatie in Bulgarije voor statushouders niet zodanig slecht is dat sprake is van een situatie in strijd met artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is het besluit van 12 december 2018 gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand.