ECLI:NL:RBDHA:2020:14529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens internationale bescherming in Bulgarije en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft sinds 2013 internationale bescherming in Bulgarije en heeft later ook asielaanvragen in Duitsland en België gedaan die niet zijn ingewilligd. Op 29 juli 2020 vroeg hij in Nederland asiel aan, maar deze aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij al bescherming geniet in Bulgarije en het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid mishandeld en verkracht is in Bulgarije en dat hij niet adequaat beschermd wordt, onder meer door het integratiebeleid en discriminatie. Hij voerde aan dat terugkeer naar Bulgarije een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij niet effectief bescherming kan zoeken in Bulgarije of dat hij in een situatie van ernstige materiële deprivatie zal verkeren.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigen dat Bulgarije voldoet aan de vereisten van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hoewel de positie van statushouders moeilijk is, is er geen reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige situatie. Ook de medische situatie van eiser, waaronder een mogelijk suïciderisico, is onvoldoende onderbouwd om een uitzondering te maken.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de aanvraag niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Bulgarije.