ECLI:NL:RVS:2019:3148
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis Eritrese minderjarigen
De staatssecretaris wees op 22 maart 2017 een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf van Eritrese minderjarige vreemdelingen die nareis wilden maken bij hun vermeende pleegmoeder en oudere zus, de referent. De rechtbank verklaarde het beroep van vreemdelingen en referent gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de vreemdelingen geen officiële documenten overlegden die de pleegrelatie met de referent aannemelijk maakten. Hoewel de rechtbank aan de overgelegde documenten enige bewijswaarde toekende, betroffen deze slechts de identiteit en niet de pleegrelatie. De tegenstrijdige verklaringen van referent en haar echtgenoot over essentiële onderwerpen zoals financiële zorg en omgang met de vreemdelingen rechtvaardigden het standpunt van de staatssecretaris dat de pleegrelatie niet was aangetoond.
De Afdeling stelde dat de staatssecretaris niet verplicht was de vreemdelingen te horen of DNA-onderzoek te laten doen, omdat dit geen toegevoegde waarde had voor het bewijs van de pleegrelatie. Ook was de situatie niet zodanig dat een ruimere onderzoeksplicht gold. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.