ECLI:NL:RVS:2019:438
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor uitbouw vijfde en zesde bouwlaag in Amsterdam
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor het uitbouwen van de vijfde en zesde bouwlaag en het realiseren van een dakterras op haar woning in Amsterdam, wat in strijd is met het bestemmingsplan vanwege overschrijding van de bouwhoogte. Het dagelijks bestuur heeft de vergunning geweigerd en dit besluit is na meerdere procedures door de rechtbank vernietigd en opnieuw genomen, waarbij de weigering is gehandhaafd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het dagelijks bestuur het individuele belang van appellante heeft meegewogen, maar dat het algemeen belang van stedenbouwkundige eenheid en het voorkomen van verrommeling zwaarder weegt. De specifieke eigendomssituatie van appellante en haar financiële omstandigheden rechtvaardigen geen afwijking van het bestemmingsplan.
Verder oordeelt de Afdeling dat het dagelijks bestuur terecht heeft gewezen op de stedenbouwkundige waarde van het pand en de negatieve gevolgen van het bouwplan voor de architectonische hiërarchie. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat er geen concrete toezeggingen zijn gedaan en eerdere vergunningen niet op juiste gronden zijn verleend.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.