ECLI:NL:RVS:2019:3407
Raad van State
- Herziening
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening ongeldigverklaring kentekenbewijs op sloopdatum
De zaak betreft een verzoek van verzoeker om herziening van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin het hoger beroep tegen de ongeldigverklaring van het kentekenbewijs van zijn voertuig ongegrond werd verklaard.
Verzoeker wilde dat de ongeldigverklaring van het kentekenbewijs met terugwerkende kracht zou ingaan op de sloopdatum van het voertuig, 10 februari 2010, in plaats van de datum van het oorspronkelijke besluit, 21 februari 2012. Hij stelde dat hij financieel nadeel had door boetes over de periode tussen deze data en dat de RDW onjuist had gehandeld.
De Afdeling overwoog dat de erkenning van een schrijnende situatie door de RDW geen nieuw feit (novum) is dat herziening rechtvaardigt, aangezien dit al eerder was besproken. Ook het verzoek om een getuige te horen en de argumenten over terugwerkende kracht en motivering van besluiten werden niet als nova aangemerkt. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen omdat niet voldaan is aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing dat de ongeldigverklaring van het kentekenbewijs niet met terugwerkende kracht op de sloopdatum kan ingaan.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak inzake de ongeldigverklaring van het kentekenbewijs wordt afgewezen.