ECLI:NL:RVS:2019:3426
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring en motiveringsgebrek terugkeerbesluit
De staatssecretaris vaardigde op 19 maart 2019 een terugkeerbesluit en inreisverbod uit tegen de vreemdeling, die tevens in vreemdelingenbewaring werd gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit ongegrond, maar oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en beval opheffing zonder schadevergoeding toe te kennen.
De vreemdeling ging in hoger beroep en stelde dat het terugkeerbesluit onvoldoende was gemotiveerd, met name over het onttrekkingsrisico en het ontbreken van een vertrektermijn. De Afdeling bestuursrechtspraak erkende het motiveringsgebrek, maar oordeelde dat de vreemdeling hierdoor niet benadeeld was omdat de motivering in de maatregel van bewaring dezelfde gronden betrof en op dezelfde dag was gegeven.
Verder stelde de vreemdeling dat de bewaring al eerder onrechtmatig was, wat de Afdeling bevestigde voor de periode van 3 tot en met 4 april 2019. De Afdeling kende daarom een schadevergoeding toe van €160 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank deels vernietigd en voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, schadevergoeding toegekend voor onrechtmatige bewaring, overige uitspraak bevestigd.