ECLI:NL:RVS:2019:4100
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens verblijfsgat
Bij besluit van 24 oktober 2017 wees de staatssecretaris het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen af, omdat zij niet voldeed aan het vereiste van vijf jaar aaneengesloten toelating in het Koninkrijk. Er was een verblijfsgat van 22 april 2015 tot 8 juni 2015 vastgesteld. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de rechtbank Amsterdam als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond.
Appellante voerde aan dat de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning onjuist was vastgesteld en dat zij al eerder aan de vereisten voldeed. De Afdeling overwoog dat de naturalisatieprocedure en de verblijfsrechtelijke procedure gescheiden zijn en dat appellante tegen het verblijfsbesluit een rechtsmiddel had moeten aanwenden. Omdat zij dit niet had gedaan, stond de ingangsdatum vast.
Verder stelde appellante dat zij aan het vijfjaarvereiste voldeed en dat de belangenafweging onvoldoende was gemaakt, maar de Afdeling vond dat de rechtbank deze gronden gemotiveerd had weerlegd. Er was geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap bevestigd.