ECLI:NL:RVS:2019:4419
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Kuijer
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens illegale omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete van €6.000,- op wegens het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Dit volgde op een melding van woonfraude en een onaangekondigd bezoek waarbij vijf Italiaanse bewoners werden aangetroffen.
Appellant voerde aan dat hij slechts als vriendendienst handelde en geen financieel voordeel had, en dat het onderzoek onzorgvuldig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel.
De Afdeling stelde vast dat appellant als overtreder moet worden aangemerkt omdat hij sleutels aan bewoners gaf, huur ontving en handelde als vertegenwoordiger van de eigenaar. De verklaringen van bewoners en het rapport van toezichthouders werden als betrouwbaar beoordeeld. Matiging van de boete werd afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid van bijzondere omstandigheden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €6.000,- wegens illegale omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte wordt bevestigd.