ECLI:NL:RBDHA:2022:1124
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyás
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielverzoek staatloze Palestijn wegens onvoldoende motivering artikel 1(D) Vluchtelingenverdrag
De zaak betreft een staatloze Palestijn uit Gaza die een asielverzoek indiende in Nederland. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag, waarbij werd aangenomen dat eiser niet onder de uitsluitingsgrond viel omdat hij niet kort voor het verzoek bijstand van de UNRWA had ontvangen. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende en tegenstrijdig heeft gemotiveerd of artikel 1(D) van toepassing is.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie die stelt dat het criterium van recente bijstand door de UNRWA niet strikt kan worden gehanteerd. Ook het subsidiaire standpunt van verweerder dat er geen sprake zou zijn van een gedwongen vertrek wordt verworpen, gelet op het geloofwaardige asielrelaas van eiser over conflicten en bedreigingen in Gaza.
Omdat verweerder het gebrek in de motivering niet heeft hersteld, vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en beveelt binnen zes weken een nieuwe beslissing. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken opnieuw beslissen over het asielverzoek.