ECLI:NL:RVS:2019:623
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens buitenopslag buiten bouwvlak in strijd met bestemmingsplan
Appellante exploiteert sinds eind 2016 een bedrijf op een perceel te Stampersgat en is eigenaar van dat perceel. Het college van burgemeester en wethouders heeft meerdere besluiten genomen waarin zij dwangsommen oplegde wegens het in strijd handelen met het bestemmingsplan door buitenopslag van rollend materieel buiten het bouwvlak.
Appellante betwist dat sprake is van buitenopslag en stelt dat de voertuigen geparkeerd stonden, wat volgens haar is toegestaan. Tevens voert zij aan dat haar bedrijf detailhandel betreft en dat opslag buiten het bouwvlak daarom zou moeten zijn toegestaan. De Afdeling oordeelt dat het bestemmingsplan buitenopslag alleen binnen het bouwvlak toestaat en dat het college terecht handhavend optreedt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan.
Verder is de hoogte en modaliteit van de dwangsom van €50.000 niet onredelijk geacht. Ook het betoog dat gedeeltelijk aan de last is voldaan en dat rekening had moeten worden gehouden met financiële draagkracht wordt verworpen. De Afdeling bevestigt het bestreden vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; invordering dwangsom van €50.000 bevestigd wegens buitenopslag buiten bouwvlak.