ECLI:NL:RVS:2020:1077
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek wegens geuroverlast nabij mestverwerkingsbedrijf
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen een mestverwerkingsbedrijf in Helmond af vanwege geuroverlast. Appellant woonde circa 1.400 meter van het bedrijf en stelde dat hij hinder ondervond van geuremissies die hoger waren dan vergund.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk of ongegrond omdat hij geen belanghebbende was, aangezien hij ter plaatse van zijn woning geen gevolgen van enige betekenis ondervond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde dit oordeel en overwoog dat het college en de rechter de kring van belanghebbenden moeten bepalen aan de hand van feitelijke gevolgen.
Appellant voerde aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de geurbron en dat geurhinder verder kon reiken dan berekend. Hij verwees naar een eNose-onderzoek en analyses van klachtenpatronen. De Afdeling stelde echter vast dat het eNose-onderzoek onbetrouwbaar was geplaatst en dat de analyses onvoldoende onderbouwing boden dat appellant ter plaatse van zijn woning geurhinder van betekenis ondervond.
De Afdeling bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat appellant geen belanghebbende is bij het besluit, waardoor het hoger beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.