ECLI:NL:RVS:2020:1307
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onvoldoende motivering en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling, van Albanese nationaliteit, werd op 29 november 2018 in Nederland aangehouden en kreeg een terugkeerbesluit, inreisverbod en maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris het terugkeerbesluit onvoldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van het ontbreken van voldoende middelen van bestaan en het ontbreken van een retourticket. De motivering in de maatregel van bewaring kon niet volledig als toelichting voor het terugkeerbesluit dienen, omdat niet alle aspecten adequaat waren toegelicht. Daarnaast was de maatregel van bewaring onrechtmatig omdat de wettelijke grondslag ontbrak.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraken van de rechtbank en het terugkeerbesluit en inreisverbod van 29 november 2018. Omdat de maatregel van bewaring al was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg een schadevergoeding van €1.700 toegekend en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.100.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.