ECLI:NL:RVS:2020:1451
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 9 april 2018 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling in. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had meegewogen dat het aangetekende voornemen tot intrekking op regelmatige wijze was aangeboden en dat het aan de vreemdeling was om aannemelijk te maken dat hij het afhaalbericht niet had ontvangen. De stellingen van de vreemdeling waren onvoldoende onderbouwd. Verder werd vastgesteld dat de vreemdeling het hoofdverblijf buiten Nederland had verplaatst, zoals blijkt uit uitschrijving bij de basisregistratie personen en inschrijving in de registratie niet-ingezetenen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 24 juni 2020.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.