ECLI:NL:RVS:2020:1847
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet in behandeling nemen asielaanvragen vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 1 oktober 2019 besloten om de asielaanvragen van de vreemdelingen niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen nieuwe besluiten te nemen. Hiertegen stelde de staatssecretaris hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond is en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen ongegrond. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De Afdeling baseerde zich onder meer op een eerdere uitspraak over de opvang van kwetsbare vreemdelingen na overdracht krachtens de Dublinverordening.
De vreemdelingen stelden dat de staatssecretaris op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de verantwoordelijkheid voor de behandeling van hun asielaanvragen had moeten overnemen, maar dit werd verworpen. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 5 augustus 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.