ECLI:NL:RBDHA:2020:14609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening ondanks bijzondere kwetsbaarheid
Eiseres, een alleenstaande moeder die recent bevallen is en psychische en lichamelijke klachten heeft, verzocht Nederland om haar asielaanvraag in behandeling te nemen en niet over te dragen aan Italië. Nederland baseerde het besluit op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en verweerder mocht uitgaan van adequate opvang en zorg in Italië, mede gelet op garanties van Italiaanse autoriteiten en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat overdracht een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt.
Hoewel eiseres medische dossiers overlegde, ontbraken objectieve gegevens die een ernstige en onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheidstoestand bij overdracht aantonen. De rechtbank volgde de staatssecretaris dat de omstandigheden niet zo bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17 Dublinverordening Pro gerechtvaardigd is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer en griffier T.R. Oosterhoff - Vos op 23 september 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.