ECLI:NL:RVS:2020:187
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen waarschuwing milieuzone Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stuurde op 11 februari 2016 een brief aan appellante waarin werd medegedeeld dat haar auto was waargenomen in de milieuzone en dat zij vanaf 1 mei 2016 een boete kon krijgen. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief en verzocht om een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het dwangsomverzoek af. De rechtbank bevestigde deze beslissingen en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de brief wel als een besluit moest worden aangemerkt en dat zij onterecht een waarschuwing had ontvangen. Tevens stelde zij dat het college te laat had beslist en dat de redelijke termijn was overschreden, met verzoek om schadevergoeding. De Afdeling oordeelde dat de brief een waarschuwing op basis van een beleidsregel was en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er was geen wettelijke grondslag voor bezwaar of beroep tegen de brief en de rechtbank had het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Verder werd geoordeeld dat geen dwangsom verschuldigd was omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. De Afdeling concludeerde ook dat de redelijke termijn niet was overschreden, omdat de totale procedure minder dan vier jaar had geduurd en appellante zich pas na de uitspraak van de rechtbank op de termijnoverschrijding had beroepen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.