ECLI:NL:RVS:2020:1968
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens geloof en seksuele gerichtheid
De vreemdeling uit Irak, die sinds 2008 in Nederland verblijft, heeft voor de vierde keer een asielverzoek ingediend. De staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van twijfel over de geloofwaardigheid van zijn afvalligheid/atheïsme en homoseksuele gerichtheid.
De rechtbank vernietigde het besluit van de staatssecretaris en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van haar overwegingen. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet op juiste wijze heeft beoordeeld of de vreemdeling in Irak een gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege zijn geloofsovertuiging, noch heeft hij de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid voldoende gemotiveerd. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige motivering bij asielaanvragen die betrekking hebben op geloof en seksuele gerichtheid, waarbij persoonlijke beleving en omstandigheden in het land van herkomst zorgvuldig moeten worden meegewogen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.