Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Wat is onze beslissing?
Geschil9. In geschil is of terecht voor de maanden juli, augustus en september 2021 (het derde kwartaal) geen voorschot kindgebonden budget is verleend. Na de nieuwe beschikking van 13 mei 2022 is het voorschot kindgebonden budget voor het vierde kwartaal 2021 niet langer in geschil. Meer specifiek is in geschil of de voorwaarde dat sprake moet zijn van ingezetenschap voor het recht op kinderbijslag in eiseres’ situatie onevenredig is voor de aanspraak op kindgebonden budget voor het derde kwartaal.
“Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die
a. ingezetene is;
b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland of op het continentaal plat in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.”
“De verzekerde heeft overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht op kinderbijslag voor een kind dat jonger is dan 18 jaar en dat:
a. tot zijn huishouden behoort, of
b. door hem wordt onderhouden.”
“1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
het vereiste van het in belangrijke mate onderhouden van het kind”. Daarnaast heeft de wetgever ingecalculeerd dat de toepassing van de Wkgb en de Akw uiteen kunnen lopen (pagina 4 van voornoemde Memorie van Toelichting). Op grond van artikel 13b, tweede lid, van de Awir mogen de gevolgen niet onevenredig zijn, waarvan in het onderhavige wel sprake van is. De SVB hanteert een restrictieve interpretatie van ingezetenschap en de wetgever heeft de ernstige woningnood niet voorzien. Door het weigeren van het kindgebonden budget wordt het doel van de wet niet behaald en er bestaat geen rechtvaardiging om te eisen dat sprake moet zijn van ingezetenschap; integendeel, gezinnen die al dakloos en arm zijn komen hierdoor in nog grotere problemen, aldus eiseres.
zonder verdere controle”, wijst daar volgens verweerder met name op, omdat daar geen voorbehoud op is gemaakt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit van 13 mei 2022 in stand blijven;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.674;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres te vergoeden.