ECLI:NL:RVS:2020:2279
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod burgemeester Den Haag wegens onrechtmatigheid
De burgemeester van Den Haag legde appellant een tijdelijk huisverbod op voor de woning van zijn ex-vrouw en haar broer, op grond van een aangifte van bedreiging en een vermoeden van gevaar. De rechtbank verklaarde het huisverbod terecht en wees het beroep van appellant af.
Appellant stelde dat het huisverbod onterecht was omdat hij niet in de woning woonde, slechts incidenteel aanwezig was voor de omgang met zijn kinderen, en dat de aangifte ongegrond was. De Raad van State oordeelde dat het huisverbod alleen kan worden opgelegd aan personen die in de betreffende woning wonen of gedeeltelijk verblijven, wat hier niet het geval was.
Daarom was het huisverbod onrechtmatig en moest het worden vernietigd. Het verzoek om schadevergoeding wegens immateriële en materiële schade werd afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden die direct verband hield met het huisverbod. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep van appellant alsnog toegewezen.
Uitkomst: Het huisverbod en contactverbod zijn vernietigd wegens gebrek aan bevoegdheid, verzoek om schadevergoeding afgewezen.