ECLI:NL:RVS:2020:46
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank in zaak afwijzing machtiging voorlopig verblijf Eritrese vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 mei 2017 de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling, die verblijf wilde aanvragen in het kader van nareis bij zijn echtgenote, overhandigde een Israëlische detentiekaart en een kerkelijke huwelijksakte ter onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de vreemdeling zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt, omdat de detentiekaart geen officieel Eritrees identiteitsdocument was en de vreemdeling onvoldoende toelichting gaf.
Verder stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris geen aanvullend onderzoek hoefde te verrichten en dat de gezinsband geen verdere beoordeling behoefde. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris ongegrond. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.