ECLI:NL:RVS:2020:2774
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake nadeelcompensatie Kustwerk Katwijk strandpaviljoen
Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk wees de aanvraag van een exploitante van een strandpaviljoen om nadeelcompensatie af wegens omzetverlies door werkzaamheden voor het project Kustwerk Katwijk, waarbij een ondergrondse parkeergarage werd gebouwd. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de exploitante gegrond en kende een schadevergoeding toe op basis van een omzetdrempel van 8%.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, waarbij het betoogde dat een drempel van 15% passend was gezien de aard van de werkzaamheden en de flexibele bedrijfsvoering van strandpaviljoens. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de door het college gehanteerde methode voor schadeberekening en de drempelmethode aanvaardbaar zijn en dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een lagere drempel van 8% zou gelden.
De Afdeling overwoog dat de werkzaamheden voor de kustversterking en de bouw van de parkeergarage een normale maatschappelijke ontwikkeling vormen, die in de lijn der verwachtingen lag. Ook de kostenstructuur van strandpaviljoens rechtvaardigt een hogere drempel. Het incidenteel hoger beroep van de exploitante werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het college wordt gegrond verklaard, het incidenteel beroep van de exploitante ongegrond, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard.