ECLI:NL:RVS:2020:9
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank en vernietiging besluit staatssecretaris inzake verblijfsvergunning vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam besluiten van 27 september 2017 om aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning regulier niet in behandeling te nemen. De vreemdelingen maakten bezwaar, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris niet ontvankelijk was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling beoordeelde het besluit van 16 juli 2018, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard, en stelde vast dat de staatssecretaris de medische problemen en overige individuele omstandigheden van de vreemdelingen zorgvuldig had beoordeeld en dat er geen sprake was van een schrijnende situatie.
Wel werd geoordeeld dat de staatssecretaris ten onrechte had afgezien van het horen van de vreemdelingen in bezwaar, wat een schending van de hoorplicht opleverde. Daarom werd het besluit van 16 juli 2018 vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit bleven in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen.
Uitkomst: Het besluit van 16 juli 2018 wordt vernietigd vanwege schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.