ECLI:NL:RVS:2021:1116
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor overtreding Arbobesluit bij arbeidsongeval met beknelling voet
Op 23 december 2016 raakte een medewerker van appellant bekneld onder de laadklep van een vrachtwagen tijdens het lossen, met amputatie van een teen tot gevolg. De minister legde een bestuurlijke boete van €36.000 op wegens overtreding van artikel 7.4, derde lid, van het Arbobesluit, omdat het gevaar op beknelling niet voldoende was beperkt.
De rechtbank stelde vast dat appellant het Arbobesluit had overtreden en matigde de boete naar €27.000 vanwege een aangepaste ernstfactor. Appellant stelde in hoger beroep dat zij geen verwijt treft, omdat zij een veilige werkwijze had ontwikkeld en uitgebreide veiligheidsmaatregelen had genomen, ook na het ongeval.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen veilige werkwijze had ontwikkeld, omdat de feitelijk toegepaste werkwijze afweek van de schriftelijke en risico’s op beknelling niet voldoende werden beperkt. Ook waren de randvoorwaarden en instructies onvoldoende adequaat. Inspanningen na het ongeval waren niet snel genoeg of niet toereikend gericht op het voorkomen van het specifieke gevaar. De boete werd daarom terecht niet verder gematigd.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €27.000 wegens overtreding van het Arbobesluit en wijst het hoger beroep af.