ECLI:NL:RVS:2024:4613
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.F. de Groot
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt bestuurlijke boete voor overtreding arbeidsomstandighedenwetgeving na arbeidsongeval
Op 17 februari 2020 vond een arbeidsongeval plaats bij een metaalbewerkingsbedrijf waarbij een werknemer bekneld raakte en letsel opliep aan zijn rechterwijsvinger. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een bestuurlijke boete van €13.500 op wegens overtreding van artikel 3:17 van Pro het Arbeidsomstandighedenbesluit. De rechtbank matigde deze boete tot €6.750, maar de minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de boete heeft gematigd. De boete is proportioneel en passend gezien de ernst van de overtreding en de ziekenhuisopname van het slachtoffer. De Afdeling verwierp ook het beroep van de appellant dat het nemo tenetur-beginsel was geschonden, omdat de melding van het ongeval verplicht was en het daaropvolgende onderzoek een toezichtfunctie had.
Verder oordeelt de Raad dat de werkgever onvoldoende maatregelen had genomen om het gevaar van beknelling te voorkomen en dat het slachtoffer niet tegen beter weten in onvoorzichtig heeft gehandeld. Het incidenteel hoger beroep van de appellant wordt ongegrond verklaard. De boete van €13.500 blijft in stand en moet worden betaald door de werkgever.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €13.500 wordt gehandhaafd en moet door de werkgever worden betaald.