ECLI:NL:RVS:2021:1168
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor woningonttrekking door short stay en bed and breakfast verhuur in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens het onrechtmatig verhuren van een woning aan toeristen zonder vergunning, wat volgens het college leidt tot woningonttrekking. Appellant betwistte dit en voerde aan dat hij vanaf 26 april 2019 zijn hoofdverblijf in de woning had en dat sprake was van huisbewaring, waarvoor geen vergunning nodig is.
De toezichthouders troffen op 30 april 2019 een Indiase expat en toeristen aan in de woning, waarbij de expat verklaarde de woning tijdelijk te huren en de toeristen via Airbnb de zolderverdieping hadden geboekt. De rechtbank oordeelde dat sprake was van short stay verhuur zonder vergunning en dat de boete terecht was opgelegd.
Appellant voerde aan dat de boete gematigd moest worden vanwege beperkte ernst, verminderde verwijtbaarheid en het feit dat hij geen financieel gewin had. De Afdeling overwoog dat de overtreding ernstig is en dat de omstandigheden geen aanleiding geven tot matiging. De boete werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
De Afdeling benadrukte dat verhuur aan toeristen, ook tijdelijk, woningonttrekking inhoudt en dat de vergunningplicht geldt. De boete en last onder dwangsom zijn in overeenstemming met de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €20.500 is bevestigd.