ECLI:NL:RVS:2023:2446
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepassing artikel 1(D) Vluchtelingenverdrag bij verblijfsvergunning asiel voor Palestijnse staatloze
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde de asielaanvraag van een Palestijnse staatloze vreemdeling niet-ontvankelijk, omdat geen nieuwe elementen waren ingebracht. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de situatie in het vluchtelingenkamp Ain Al Helwa verslechterd was en de vreemdeling geen toegang meer had tot het kamp. De staatssecretaris stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat bij de beoordeling van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag moet worden gekeken of de vreemdeling het werkgebied van de UNRWA gedwongen heeft verlaten wegens omstandigheden buiten zijn wil. Vrijwillig vertrek, ook als toegang tot het werkgebied later onmogelijk is, leidt niet automatisch tot het vervallen van de uitsluiting van de vluchtelingenstatus.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag inhoudelijk heeft behandeld. Tevens werd opgemerkt dat uitsluiting op grond van artikel 1(D) niet betekent dat internationale bescherming geheel uitgesloten is, aangezien subsidiaire bescherming nog kan worden beoordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover bestreden.