ECLI:NL:RVS:2021:1665
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake beëindiging schorsing kenteken en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de RDW van 7 oktober 2016, waarbij de schorsing van het kenteken met ingang van 27 april 2016 werd beëindigd. De rechtbank had het beroep tegen het besluit van 8 mei 2017 ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure nam de RDW op 4 januari 2019 een nieuw besluit op bezwaar, waarin het eerdere besluit werd herroepen en een vergoeding van €3.072 werd toegekend voor proceskosten. Appellant diende vervolgens een verzoek om schadevergoeding in, waarop de RDW een bedrag van €3.877,47 toekende, inclusief proceskosten.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het nieuwe besluit, wat appellant betwistte. De Afdeling oordeelde echter dat de rechtbank terecht onbevoegd was, omdat het hoger beroep van rechtswege betrekking heeft op het nieuwe besluit op bezwaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Appellant verzocht tevens om een hogere schadevergoeding, maar de Afdeling wees dit af, omdat reeds een passende vergoeding was toegekend. Wel werd een vergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, die ongeveer vier jaar en acht maanden duurde. De Staat werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten die verband houden met dit verzoek.
De Afdeling bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, terwijl zij het verzoek om vergoeding wegens termijnoverschrijding toewijst.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.