ECLI:NL:RVS:2021:1793
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens strijdige exploitatie kebabzaak met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk heeft aan appellant, eigenaar van een pand met een partycentrum en een verhuurde ruimte, een last onder dwangsom opgelegd om de activiteiten van een kebabzaak in strijd met het bestemmingsplan te beëindigen.
Appellant voerde aan dat de ruimte op de peildatum als feestzaal werd gebruikt en dat de verandering naar een kebabzaak een verkleining van de afwijking was, en betwistte zijn status als overtreder. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de exploitatie van de kebabzaak een verzwaring van het strijdige gebruik vormt en dat appellant als verhuurder als overtreder kan worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de ruimte op de peildatum als feestzaal werd gebruikt en dat de vestiging van de kebabzaak een nieuwe, andersoortige horecagelegenheid is die de ruimtelijke uitstraling vergroot. Tevens is de verhuurder als overtreder aan te merken, ook indien hij niet zelf exploiteert.
De Afdeling wijst ook het bezwaar tegen de duidelijkheid van de last af en concludeert dat het besluit voldoende duidelijk is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.